Trrrring

"Wanneer heb je voor 't laatst naar Together Through Life geluisterd?"
"Phoe! Daar vraag je wat. Een tijd geleden, maar wanneer precies weet ik niet."
"Voor mij was 't ook een tijd geleden. Ik heb 'm vanochtend weer eens gedraaid. Best een goede plaat eigenlijk."
"Echt? Ik meen mij te herinneren dat ik het helemaal niet zo'n sterke plaat vond."
"Ik weet niet meer wat ik er van vond toen 'ie uitkwam... 2009 was dat, geloof ik. Ik vind 't nu in ieder geval wel een goede plaat. 'My Wife's Home Town', heerlijk nummer. 'Forgetful Heart', 'I Feel A Change Comin' On'."
"'I Feel A Change Comin' On' inderdaad! Bij dat nummer moet ik altijd aan Obama denken. Waarom weet ik ook niet."
"Wat Together Through Life vooral laat horen is dat muziek soms ook gewoon plezier is. Niet meer."
"'Jolene'."
"'Shake Shake Mama'."
"O ja, die was ik bijna vergeten. 'Shake Shake Mama', lekker nummer. Heeft 'ie dat eigenlijk wel eens live gedaan?"
"Volgens mij niet. Jammer eigenlijk. Prima nummer voor een concert."
"Het kan nog."
"Als de concertzalen weer open gaan."
"Ik zie dat voorlopig nog niet gebeuren. En hoe oud is Dylan dan als 't zover is? Is hij nog in staat om te touren? Heeft hij er dan nog zin in?"
"Laten we het hopen. Ik ben er nog niet aan toe om afscheid te nemen van de Dylan-concerten."
"Het klinkt egoïstisch, maar ik ook niet."
"Nog lang niet."
"Nee."

Murder Most Foul

Singer Songwriters & Rough And Rowdy Ways

Ik heb de plaat maanden geleden gekocht, maar het was wachten op het moment dat ik - de benen onder mijn lijf vandaan geschopt - zou bedenken dat beluisteren van de aankoop ook een idee is. Singer Songwriter Project heet de plaat, door Elektra uitgegeven in 1965. De plaat bevat songs van vier verschillende singer songwriters: Bruce Murdoch, Dick Fariña, Patrick Sky en Dave Cohen. Wie een Dylan-biografie openslaat, komt daar de naam Dick Fariña in tegen en Dave Cohen is te zien in Dylans film Renaldo & Clara, al luidde zijn naam toen inmiddels David Blue. Die Dylan-connecties maakten mij nieuwsgierig, deden mij besluiten de plaat te kopen. De muziek is niet onaardig, maar er is een wereld van verschil tussen de muziek van deze vier heren en Dylans muziek anno 1965. Waar Dylan de muziekwereld op z'n kop zette, kleuren deze vier muzikanten keurig binnen de lijntjes. Met de oren van 2020 klinken Murdoch, Fariña, Sky en Cohen zo braaf, iets wat van Dylans 1965-muziek - Bringing It All Back Home en Highway 61 Revisited - niet gezegd kan worden.
Op de achterzijde van de hoes staan korte biografieën van de vier heren en door Richard Fariña geschreven liner notes waarvan de eerste zin luidt: "While you're looking around for the wherefores and antecedents of the new fok-songwriting revival, you might ought to remember that there was still another Dylan and his last name was Thomas." Fariña noemt Bob Dylan zonder hem echt te noemen in deze eerste zin. 
Ook in de biografie van Bruce Murdoch is Bob Dylan te vinden: "Bruce Murdoch is 17 and was born in Montreal, Quebec, Canada. He has done a lot of playing, guitar; gaming, football, basketball; listening, rock and roll, jazz, Bob Dylan; visiting, trainyards and junkyards; and traveling, hitch-hiking through the sparse country of North Quebec."

Terwijl Singer Songwriter Project draait, ruim ik een stapeltje opzij gelegde kranten op door de te bewaren artikelen er uit te scheuren en de rest van de krant bij het oud papier te leggen. Een van die kranten is Algemeen Dagblad van 18 juni. In die krant staat een door Alexander van Eenennaam geschreven recensie van Rough And Rowdy Ways. De titel boven het korte stuk: "Oom Bob heeft wat te vertellen". Jeuk. De benaming "Oom Bob" is denigrerend en ongepast. Ergerlijk.
De gehele recensie bestaat uit acht zinnen waarin niet één songtitel wordt genoemd. Laat ik ze een voor een langslopen. Zout op slakken leggen.

Zin 1: "Waarom zou je anno 2020 nog luisteren naar Bob Dylan, een zanger van inmiddels 79 jaar die - heel eerlijk - eigenlijk niet kan zingen?"
Een vraag dus. Waarom ik anno 2020 naar Bob Dylans muziek luister, vraag Van Eenennaam. Die vraag is makkelijk te beantwoorden: zijn muziek spreekt mij aan, ik vind het mooi, het (ont-)roert mij, maakt mij onrustig, opgetogen en dronken. 
Tussendoor meldt Van Eenennaam nog even dat Bob Dylan niet gewoon, maar "inmiddels" 79 jaar is en dat hij "heel eerlijk - eigenlijk niet kan zingen". Leeftijd is niet van belang als het gaat om de kwaliteit - of het gebrek daaraan - van muziek, lijkt mij. Waarom dan vermelden dat Bob Dylan "inmiddels 79 jaar" is? Het kan natuurlijk geen kwaad, maar echt iets toevoegen doet het ook niet. Dan hebben we nog de open deur der open deuren, het klapstuk der vooringenomenheid: Bob Dylan kan "eigenlijk niet zingen". Het gekke is dat Van Eenennaam slechts Rough And Rowdy Ways, het te recenseren album,  op had hoeven zetten om te constateren dat Bob Dylan wel degelijk in staat is tot zingen. Hij heeft stembanden, hij heeft een mond. Hij is in staat te zingen. Hij doet het op iedere song op dit album. 
Wat Van Eenennaam bedoelt met zijn bewering dat Bob Dylan "eigenlijk niet [kan] zingen" is dat Dylan, in de oren van Van Eenennaam, niet mooi kan zingen, naar ik aanneem. Kwestie van smaak lijkt mij. Ik vind Dylans zangstem mooi, Van Eenennaam blijkbaar niet. Ieder z'n ding, lijkt mij, al heeft Van Eenennaam het natuurlijk mis.
Zin 2: "Bovendien komt alleen degene die wel erg verknocht is aan subtiliteit in muzikaal opzicht aan zijn trekken op Rough And Rowdy Ways."
Kortom: wanneer je de songs op Rough And Rowdy Way wel lekker vindt klinken, ben je "verknocht aan subtiliteit". ik heb het altijd al geweten, Dylan-liefhebbers zijn subtiliteit-junkies.
Zin 3: "Hoe meer Dylan probeert te zingen, hoe minder zuiver het klinkt."
Wacht even, dus hoe meer Dylan zingt, hoe valser hij zingt, aldus Van Eenennaam. Logischerwijze valt daar uit te concluderen dat Dylan dus steeds zuiverder gaat zingen naarmate hij minder zingt. Dan zingt hij dus als een nachtegaaltje op het moment dat hij stilvalt. Toch eens opnieuw naar Rough And Rowdy Ways luisteren en dan vooral letten op de instrumentale gedeelten.
Zin 4: "De peetvader van de protestzangers gebruikt zijn raspende, krakende stem dan ook vooral om te 'praatzingen'."
En daar is 'ie weer: "raspende, krakende stem", een verlengstuk van de inmiddels al enkele zinnen doorsudderende klapstuk der vooringenomenheid: Dylan kan niet zingen, zijn stem kraakt en raspt. En in dezelfde zin gooit Van Eeenennaam er gelijk maar een tweede open deur tegenaan: Bob Dylan is "de peetvader van de protestzangers". Vraagje, Van Eenennaam: ooit geteld hoeveel van de honderden door Dylan geschreven songs kunnen worden aangemerkt als protestsong? Vast nooit gedaan.
Zin 5: "Laat dat nou helemaal niet erg zijn; oom Bob heeft wel wat te vertellen."
Wat niet erg is, is het praatzingen, aldus Van Eennennaam. En dan de jeukwoorden: "oom Bob heeft wel wat te vertellen." Natuurlijk heeft Bob Dylan (niet "oom Bob", een beetje respect graag) wat te vertellen. Iedere muzikant die een song schrijft heeft wat te vertellen. Hadden ze niks te vertellen, zouden ze ook geen tekst om te zingen schrijven. Bob Dylan is geen uitzondering.
Zin 6: "Het klinkt alsof hij tijdens het componeren al wist van de dood van George Floyd."
En daar is 'ie: open deur nummer 3: Bob Dylan heeft voorspelende gaven. Hij is helderziender dan helderziend. Hij legt zijn vinger op de pols van de tijd die nog moet komen. 
Klinkklare onzin natuurlijk. Bob Dylan is net zo helderziend als een pot augurken.
Zin 7: "Indringendere maatschappijkritiek in muziekvorm vind je niet gauw."
Om misverstanden te voorkomen: Van Eenennaam heeft het over Rough And Rowdy Ways, niet over bijvoorbeeld The Times They Are A-Changin', om eens iets te noemen.
Zin 8: "Geef je Dylans 39ste studioalbum écht een kans - dat betekent voor sommigen doorbijten - dan grijpt hij je onherroepelijk bij de lurven."
Vraagje: waarom betekent Rough And Rowdy Ways echt een kans geven dat sommigen moeten doorbijten? Is die plaat voor die "sommigen" aanvankelijk bagger, maar na een keer of 34 keer luisteren briljant? Hoe weet Alexander van Eenennaam dat? Heeft hij die "sommigen" gesproken? Steekproefje gedaan? Is hij misschien zelf representatief voor de horde "sommigen"? wie het weet mag het zeggen.

Genoeg, ik moet niet zeuren. Recensie aan de kant gooien en Rough And Rowdy Ways draaien. Zelf luisteren, zelf oordelen. Hierbij mijn minirecensie in acht punten:

1. Bob Dylan kan zingen.
2. Bob Dylan zingt zuiver.
3. Bob Dylan zingt mooi.
4. Bob Dylan kan praatzingen.
5. Bob Dylan kan zingzingen.
6. Bob Dylan kan zingend een verhaal vertellen.
7. Bob Dylan kan zingend een verhaal overbrengen.
8. Bob Dylan kan zingend een luisteraar raken.

sticker


Bij het opruimen van enkele platen kreeg ik Pat Garrett & Billy The Kid weer eens in handen, de soundtrack die Bob Dylan opnam voor de gelijknamige film. Prima album, met name de song "Billy" spreekt mij wel aan.
Van dit album werd "Knockin' On Heaven's Door" gehaald en op single uitgebracht. Die single deed in Nederland niet zo veel, drie weken tipparade, daarmee was 't wel gedaan. Toch was dat voor CBS Nederland reden om op de simpele, hagelwitte hoes van het album Pat Garrett & Billy The Kid een gifgroene sticker te plakken om de potentiële platenkoper er op te wijzen dat "Knockin' On Heaven's Door" op dit album te vinden is. Die sticker is mooi van lelijkheid. 
Wat ik verbazingwekkend vind is niet zozeer dat CBS Nederland een sticker op de hoes van Pat Garrett & Billy The Kid plakt om de verkoop te stimuleren, maar de tekst op de sticker. Waarom voelt CBS de noodzaak om te melden dat niet "Knockin' On Heaven's Door" op dit album staat, maar "Bob Dylan's Knockin' On Heaven's Door"? 
Pat Garrett & Billy The Kid is een Bob Dylan-album, niet een soundtrack waar toevallig ook nog wat Dylan-muziek op staat. De sticker doet vermoeden dat dat anno 1973 niet altijd even duidelijk was.
De hierboven afgebeelde sticker is overigens niet de enige sticker die CBS Nederland op de hoes van Pat Garrett & Billy The Kid plakte om de aandacht van de potentiële koper te vangen. Er zijn ook persingen van dit album met daarom een ronde sticker, wederom gifgroen, en de tekst "de nieuwe Dylan elpee".
Zijsprong: ik val in herhaling, ontdek ik net, acht jaar geleden schreef ik ook over deze sticker. (zie hier
Het is kwart over negen op zo maar een dinsdagochtend, halverwege november. Het jaar dat de boeken in zal gaan als het jaar van het virus telt nog maar anderhalve maand. Het is een beetje druilerig weer. Koud is het niet. 
Het is een goede dag om Pat Garrett & Billy The Kid op de draaitafel te leggen. Het past, op de een of andere manier. En dan dagdromen, terwijl de muziek de kamer vult, dagdromen over Pat en Billy en over de film die al zo lang niet gezien is. En dan het voornemen om die film toch weer eens te zien. Het nog niet doen, alleen het voornemen is voor nu, voor deze dinsdagochtend ergens halverwege november 2020 genoeg.

zondagochtend

Zondagochtend. Met een kop koffie in de hand heb ik alsnog gekeken naar Nacht Van De Popmuziek. In de bijna vier uur durende uitzending ontbreekt Bob Dylan. Het laat zien dat er meer in de wereld van de popmuziek te vinden is dan alleen Bob Dylan. Dat blijft wennen.

Oké, op de tafel waaraan Matthijs van Nieuwkerk en Leo Blokhuis zitten ligt Desire en Van Nieuwkerk noemt Rough And Rowdy Ways als het gaat over de beste plaat van 2020, maar daarmee houdt het op. Een beetje meer Dylan had gemogen.

Ik weet het, ik ben een zeikerd, zet me op de schavot.

Met een tweede bakkie in de hand is het luisteren naar de BOBCast, gast Lucky Fonz III, deel 2. Sinds vorige week staat deze online, maar ik was er nog niet aan toegekomen. De beste uitzending blijft voor mij met Leon Ramakers, maar Lucky Fonz III is ook prima. 

Wordt er veel geluisterd naar de BOBCast van Chris Kijne en Lars Hulshof? Herman Sandman luistert, verder geen idee. Maakt het uit? Eigenlijk niet. Als het aantal luisteraars bepalend is voor de kwaliteit is Karen Carpenter God, niet Dylan.

Wat de BOBCast vooral laat horen is dat Bob Dylan uitsluitend bestaat in het hoofd van de luisteraar. Natuurlijk is dat niks nieuws, maar het is goed dat het weer eens voor het voetlicht wordt gebracht. Wie luistert er naar de BOBCast? Hardcore-Dylanliefhebbers? Gematigde fans? Toevallige passanten? Zijn er luisteraars voor wie de BOBCast een eerste aanraking met de muziek van Dylan betekent?

Waarom vraag ik me dit überhaupt af?

Waarom hecht ik er aan dat ik niet de enige ben die naar Dylan luistert? Zendingsdrang? De behoefte aan delen? Stel: ik ben de enige die naar Dylans muziek zou luisteren, dat maakt zijn muziek niet beter of slechter, maar de beleving wel anders.

Waarom sturen mijn gedachten mij deze kant op?

Het is tijd om de gedachten een andere kant op te sturen. Richting Planet Waves bijvoorbeeld. Die plaat knaagt sinds enkele dagen aan de wanden van mijn hersenpan. Dat knagen is goed, vooral niet toegeven aan de drang om de plaat daadwerkelijk te draaien. Laat maar knagen. Tijdens dat knagen hoor ik andere details van de muziek dan wanneer de plaat daadwerkelijk opstaat. Is dat te volgen? Pas wanneer ieder detail van de gedachtenversie van Planet Waves is gehoord moet de plaat daadwerkelijk gedraaid worden. Dat werkt.


Dylan, Cash, Wilson, Smith & Poole


Will his kisses be long l
ike his six minutes songs on Time Out Of Mind, dat is wat Rita Wilson zich afvraagt in haar song "I Wanna Kiss Bob Dylan". Ik wil met Dylan best een bakkie doen, een kaartje leggen, funshoppen of desnoods wadlopen als het moet, maar kussen? Nee, bedankt. Dylan zal best een aardige vent zijn, maar mijn lippen bewaar ik voor andere zaken.
Alle gekheid terzijde, "I Wanna Kiss Bob Dylan" is een draak van een song. Gênant en pijnlijk. En toch heb ik het tot het eind uitgezeten, gekke bekken trekkend onder de blikken van een schaterende puberdochter (niet mijn gedrag, maar de song werkte op haar lachspieren). 

Minstens net zo pijnlijk als "I Wanna Kiss Bob Dylan" is het idee om de songs van Johnny Cash te voorzien van overdubs door The Royal Philharmonic Orchestra. Het resultaat is inmiddels op cd en elpee verschenen. Een van de songs op dit album is "Girl From The North Country", het duet van Bob Dylan en Johnny Cash. Een prima song, kapot gemaakt door orkestrale toevoegingen. Johnny Cash and The Royal Philharmonic Orchestra zal een van de weinige albums waarop Bob Dylan te vinden is zijn die ik niet koop. 

In 1997 verscheen een heruitgave op cd van het door Harry Smith samengestelde The Anthology Of American Folk Music. Ik kocht die boxset gelijk, ik heb de zes cd's vaak gedraaid. 
Ik begin te twijfelen aan mijn geheugen, aan hoe goed ik geluisterd heb. Ik had een artikel van Gavin Selerie in The Bridge no. 67 nodig om te horen dat "White House Blues" van Charlie Poole and the North Carolina Ramblers wel een erg bekend begin heeft. Dat nummer begint met:

McKinley hollered, McKinley squalled
Doc said, "McKinley I can't find the cause
From Buffalo to Washington"

Met dat in het achterhoofd luister ik deze ochtend naar de song met een identiek begin: "Key West (Philosopher Pirate)" van Rough And Rowdy Ways. Dat is een verademing na het debacle "I Wanna Kiss Bob Dylan" en de orkestrale versie van "Girl From The North Country". 

People tell me that I’m truly blessed

Zo is 't.

Bob Dylan & Allen Ginsberg - een aantekening

De naam Elsa Dorfman is er eentje die ergens in de loop der jaren in mijn kop is blijven hangen. Dorfman is een fotograaf, vooral bekend vanwege haar portretten. Ze zette de dichter Allen Ginsberg, met wie ze bevriend was, een aantal malen op de foto. 
Op 2 november 1975 bezocht ze Bob Dylans concert in Lowell, Massachsetts. Tussen twee sets zette ze Bob Dylan en Allen Ginsberg backstage op de foto. Dylan speelt gitaar, Ginsberg kijkt naar Dylans vingers op de hals van de gitaar. "The Music Lesson" is de titel van die foto. Dorfman maakte meer foto's tijdens dat rustmoment tussen twee sets. Ze vertelt er over in de documentaire The B-Side; Elsa Dorfman's Portrait Photography

3 november mocht Amerika kiezen. In een van de reportages over die verkiezingen zag ik twee pubers op straat spelen. De een speelde op zijn gitaar "The Star Spangled Banner" à la Jimi Hendrix, terwijl de ander het gedicht "America" van Allen Ginsberg declameerde. Een ander deel van het straatoptreden bestond uit Dylans "Mr. Tambourine Man". Wat mij ontroerde is dat "the torch had been passed to another generation", zoals Ginsberg het verwoorde in de Dylan-docu No Direction Home. Ook de volgende generatie grijpt naar Ginsberg, Hendrix en Dylan. Op de een of andere manier geeft dat vertrouwen dat het wel goed komt met de wereld.

Van Allen Ginsberg verscheen afgelopen dinsdag het boek The Fall Of America Journals 1965 - 1971. Hoewel ik dat boek afgelopen juni al besteld heb, moet ik minstens nog een week wachten voor ik het in handen kan houden, helaas. De site the allen ginsberg project over deze dagboeken: "the journals contain 'auto poesy' meant for publication, notebook entries, and transcriptions from tape recordings made on a reel-to-reel recorder gifted by Bob Dylan".
Met deze zelfde reel-to-reel recorder nam Allen Ginsberg eind 1965 twee concerten van Bob Dylan op.

~ * ~ * ~

Meer over Bob Dylan en Allen Ginsberg is te vinden in mijn boek Dylan & de Beats.