wit vinyl

De afgelopen dagen las ik her en der over nieuwe persingen van John Wesley Harding en Nashville Skyline op wit vinyl. Hebbedingetjes die ik in eerste instantie aan mij voorbij wilde laten gaan. Ja, ik ben een verzamelaar, maar eentje met een beurs met bodem. Dat betekent keuzes maken.

Gisteren ben ik toch overstag gegaan en bestelde ik deze platen - bij gebrek aan een lokale platenzaak - via platomania, de online winkel van Concerto, Amsterdam. Vandaag werden ze keurig bezorgd. Tevreden klant. 

Terwijl ik dit schrijf, draait John Wesley Harding. Heerlijke plaat, goede persing.

Het design van de labels is gebaseerd op de oude 360-labels zoals bij de eerste Amerikaanse persing van John Wesley Harding is gebruikt, met in ieder geval 1 opvallend verschil: waar op de oude versie het catalogusnummer staat, staat nu de snelheid waarop de plaat afgespeeld moet worden: 33 1/3 RPM.


Het tweede dat opvalt is dat op dit label staat dat het om een stereo-persing gaat terwijl de foto's die ik eerder van deze plaat gezien heb op de websites van onder andere Amazon en Badlands een mono-label hebben. Even ben ik in de veronderstelling dat er twee versies van John Wesley Harding op wit vinyl zijn, een mono- en een stereo-persing, maar aangezien in de webwinkel van Badlands hetzelfde catalogusnummer wordt gegeven als mijn plaat heeft, vermoed ik dat er helemaal geen mono-persing van John Wesley Harding op wit vinyl is verschenen, alleen een stereo-persing.

Mocht ik er naast zitten, hoor ik het graag.

"Mister" Bob Dylan

 Grappig hoe lang het soms duurt voor het kwartje valt. In Het Vrije Volk van 24 mei 1966 staat de volgende zin: "'Mister' Bob Dylan wandelt door Parijs, alwaar hij vannacht zal zingen in de music-hall Olympia en tegelijkertijd zijn 25ste verjaardag vieren." Die zin is mij inmiddels tientallen malen onder ogen gekomen en steeds weer struikel ik over dat eerste woord: 'Mister'. Ik vond het een rare keuze van de journalist van Het Vrije Volk, tot ik het ineens wel snapte. De Franse persing van The Times They Are A-Changin'





Nu ik het zie, snap ik niet meer dat ik het zo lang niet zag...


Jochen Markhorst - John Wesley Harding; Bob Dylan ontmoet Kafka in Nashville

Jochen Markhorst is een productief Dylan-schrijver. Na boeken over onder andere Blonde On Blonde, Blood On The Tracks, "Mississippi" en "Desolation Row" richt Markhorst zich in boek nummer elf (!) op John Wesley Harding. En wederom is het een boek geworden dat het verdient om gelezen te worden.

Markhorsts werkwijze moge inmiddels bekend zijn: (korte) essays rond een song, beginnend met een verrassende insteek waarna enkele dwarsverbanden met boeken of songs, bijbel of film volgen waar nog (bijna) niemand aan gedacht heeft om af te sluiten met een kort stuk over coverversies, inclusief oordeel. John Wesley Harding; Bob Dylan ontmoet Kafka in Nashville bevat twaalf essays, voor iedere song op Dylans John Wesley Harding een, korte hoofdstukken over de drie opnamesessies voor Dylans 1967-meesterwerk en een afsluitend hoofdstuk over de hoestekst die Dylan voor zijn album schreef.

Er zijn veel Dylan-schrijvers die songs duiden, maar wat Markhorst uniek maakt in dit brede speelveld, is dat hij het verdomt om de meest gangbare interpretaties voor de zoveelste maal na te blaten. Hij denkt zelf na, ziet verbanden die anderen niet zien en schrijft dat in heldere taal op.

Markhorsts essays zijn niet uitputtend. Ze ademen en laten daardoor ruimte aan de lezer om zelf verder te denken, zelf verder op onderzoek uit te gaan, zelf na te denken. In plaats van "ik heb gelijk" zegt Markhorst in zijn boeken "zo kan het ook" en dat zorgt voor een uiterst aangename leeservaring.

Het aardige van John Wesley Harding; Bob Dylan ontmoet Kafka in Nashville is dat de lezer niet alleen wordt uitgenodigd om opnieuw, met nieuwe oren naar John Wesley Harding te luisteren, maar ook verder te kijken. Met dank aan John Wesley Harding; Bob Dylan ontmoet Kafka in Nashville ligt het album Only The Lonely van Frank Sinatra op de draaitafel terwijl ik dit schrijf, ligt naast mij een boek met verhalen van Franz Kafka klaar om herlezen te worden en zocht ik gisteren dat ene verzamelaartje op waarop "Morning Dew" van Bonnie Dobson staat om nog eens naar die song te kunnen luisteren.

Dat is wat een goed Dylan-boek doet: de lezer uitnodigen om verder te kijken, om opnieuw te luisteren naar dat ene album van Dylan, om te kijken voorbij dat album naar de mogelijke invloeden, overeenkomsten en zijsprongen. John Wesley Harding; Bob Dylan ontmoet Kafka in Nashville is een goed Dylan-boek.

O, en voor ik het vergeet: de sleutel is Franz.

John Wesley Harding van Jochen Markhorst is in het Nederlands, Engels en Duits als paperback en kindle te koop bij Amazon.

aantekening #7696

Daar zit je dan met je goeie gedrag, zo maar een dinsdagmiddag, twee bruine boterhammen met kaas en op een bordje binnen handbereik en Blonde On Blonde op de draaitafel. Een paar dagen geleden vroeg een medeliefhebber me wat Dylans drie beste albums zijn en tot mijn verbazing noemde ik Blonde On Blonde niet. 

Vind ik echt Shot Of Love beter dan Blonde On Blonde? Toen mij de  vraag over Dylans drie beste albums werd gesteld wel, nu niet.

Ik ben niet geschikt voor het maken van lijstjes, ik zie de achterblijvers, niet de koplopers.

Het is goed brood eten met Blonde On Blonde op de draaitafel. Wie kauwt zegt niks. Tijdens Blonde On Blonde moet het stil zijn. Alleen de muziek moet er zijn. 

Toen Blonde On Blonde in 1966 verscheen had CBS Nederland wel plannen om de plaat zelf uit te brengen, maar deed het niet. Aanvankelijk werden er platen uit Engeland geïmporteerd, pas in 1967 kwam er een Nederlandse persing op de markt. 

You don't have it? That is perverse. Don't tell anybody you don't own fucking Blonde On Blonde.

High Fidelity. Hoe oud die film ook is, het werkt nog steeds.

Nog zo'n onmogelijke vraag die mij wel eens gesteld is: wat is de beste plaatkant van Blonde On Blonde? Het lukt mij niet om antwoord te geven, ik kan één kant niet los zien van de andere drie. Jij?


Rolling Thunder Revue; A Bob Dylan Story By Martin Scorsese

Als ik me niet vergis was het juni 2019 dat Rolling Thunder Revue; A Bob Dylan Story by Martin Scorsese op Netflix in première ging. Nu is de film ook op dvd en blu ray te krijgen. Ik heb meerdere malen over die film geschreven (zie hier), dat ga ik niet herhalen. Het gaat mij hier om de verschillen tussen wat de Netflix-film en wat de blu ray  te bieden hebben. (dvd heb ik niet gezien)
De blu ray is door Criterion uitgebracht. De schijf zit in een kartonnen hoesje, welke vervolgens weer in een kartonnen buitenhoes geschoven zit. Bij de blu ray zit een dik boekwerkje. Eigenlijk hetzelfde als de Criterion-uitgave van Dont Look Back van een aantal jaren geleden.
Het boekwerk bevat, naast een aantal schitterende foto's en de credits voor de film, een essay van Dana Spiotta, enkele fragmenten uit Rolling Thunder Logbook van Sam Shepard, en gedichten van Allen Ginsberg en Anne Waldman over Rolling Thunder Revue.
Wat opvalt aan Rolling Thunder Stones, de serie gedichten van Allen Ginsberg, in het boekwerkje bij de blu ray, is dat dit boekwerkje meer gedichten bevat dan wat er onder de titel Rolling Thunder Stones in de verzamelde gedichten van Ginsberg is opgenomen. In Collected Poems bestaat Rolling Thunder Stones uit vijf delen, in het boekje bij de blu ray bestaat het uit negen delen.
De blu ray bevat, naast uiteraard de hoofdfilm, de trailer, een kort stukje film over het restaureren van de beelden die in 1975 zijn geschoten en film van drie complete songs: "Tonight I'll Be Staying Here With You", "Romance In Durango" en "Tangled Up In Blue".
Het enige wat de blue ray niet heeft en Netflix wel, is Nederlandse ondertiteling. 
De dvd en blu ray van Rolling Thunder Revue; A Bob Dylan Story by Martin Scorsese is op dit moment, voor zover ik weet, nergens in Nederland te krijgen, helaas. Wie wil kijken zal de dvd of blu ray uit bijvoorbeeld Engeland moeten laten overkomen. Is dat de moeite waard? Ik vind van wel.

Spencer Leigh - Bob Dylan: Outlaw Blues

Er is meer dan één manier om het schrijven van een Dylan-biografie aan te pakken. Het kan kort, zoals bijvoorbeeld Sjoerd de Jong heeft gedaan, of uitputtend, zoals Clinton Heylin doet. De focus kan liggen op het privéleven (Sounes) of juist 't werk (wederom Heylin). Een biografie kan (deels) gebaseerd zijn op gesprekken met het onderwerp van het boek zelf (Robert Shelton) of geschreven zijn door een auteur die moeite heeft met het verschil tussen feit en fictie (Bob Spitz). In de Dylan-bibliotheek heeft de biografielezer voldoende keuze. Nu is er een nieuwe biografie, Bob Dylan: Outlaw Blues van Spencer Leigh. De vraag is of deze biografie iets toevoegt aan de reeds goed gevulde boekenkast.

Afgaande op de eerste indruk moet Bob Dylan: Outlaw Blues een aanwinst zijn. Dik boek, uitstekende titel, na Behind The Shades van Clinton Heylin waarschijnlijk de beste titel om Bob Dylan te vangen: Outlaw Blues. Daarnaast is Leigh een ervaren biograaf. Eerder schreef hij biografieën over Buddy Holly, Elvis, Simon & Garfunkel en Frank Sinatra. Verder schreef hij enkele boeken over The Beatles en is hij, aldus de achterflap, journalist, BBC-radiomaker en een autoriteit op het gebied van de populaire muziek. Een man met kennis van zaken dus, zowel als het gaat om muziek, als om het schrijven van een biografie. 
Volgens de achterflap van het boek is Outlaw Blues "an in-depth account with new information and fascinating opinions, both from the author and his interviewees." Kortom: genoeg redenen om hoopvol gestemd te beginnen aan Bob Dylan: Outlaw Blues.
Wat Leighs biografie onderscheidt van alle andere Dylan-biografieën is dat hij ieder hoofdstuk begint met een stuk achtergrondinformatie om zodoende Dylans leven en werk in een context te zetten. Deze achtergrondinformatie varieert van een minibiografie over Woody Guthrie, via een overzicht van muzikanten die filmmuziek opnemen, tot aandacht voor muzikanten en religie. Regelmatig slaat Leigh in deze context-stukken wat door: aandacht voor muzikanten die aangemerkt worden als "de nieuwe Bob Dylan" is prima, maar twaalf (!) pagina's lang is wat overdreven. In veel van deze context stukken valt de naam Bob Dylan niet of nauwelijks, daarmee is Outlaw Blues waarschijnlijk ook de biografie met de meeste bladzijdes waarop de naam van Bob Dylan niet genoemd wordt.
In de rest van de pagina's wordt Dylans biografie vertelt in chronologische volgorde. In de meeste Dylan-biografieën neemt het aantal bladzijden dat de biograaf besteedt aan een jaar-in-het-leven-van af naarmate het heden meer en meer nadert. Dat is ook logisch: hoe recenter de geschiedenis, hoe minder er over geschreven is / bekend is. Shelton wordt vaak (terecht) verweten dat hij in zijn biografie wel heel snel door de laatste jaren fietst. Leigh maakt het nog bonter. 
De hoofdtekst loopt tot pagina 451. Op bladzijde 388 begint het hoofdstuk over de jaren 1990 tot 1999. dit betekent dat de eerste ruim 380 bladzijde Dylans leven en carrière tot 1990 bevatten, terwijl de periode 1990 - 2020 (30 jaar!) nog geen zeventig bladzijde krijgen. 
Op bladzijde 435 schrijft Leigh over het jaar 2009, een bladzijde verder gaat het over Dylans muziek in 2012. Dat is een sprong van 3 jaar in enkele alinea's!
Dat neemt niet weg dat Dylans levensverhaal zoals vertelt door Spencer Leigh degelijk in elkaar zit. Hij vertelt in grote lijnen het verhaal zoals het is. Soms maakt hij sprongen in de tijd, vergeet hier en daar een recente uitgave van Dylans muziek, om vervolgens weer in te zoemen op details die Leigh interesseren. De "in-depth account" die de achterflap belooft, ben ik niet tegengekomen, om nog maar te zwijgen over de in het vooruitzicht gestelde "new information". De beloofde meningen van de auteur zijn vooral te vinden in de mislukte pogingen om een oordeel met humor te geven. Leigh is niet grappig waardoor zijn tientallen als grappig bedoelde terzijdes eerder storen dan toevoegen. 
Dat allemaal samen zou Outlaw Blues tot geen slechte (maar zeker ook geen erg goede) biografie over Bob Dylan maken.
Waardoor Leigh echt door de mand valt is de klinkklare onzin die hij zo hier en daar door zijn verhaal strooit. Ooit gehoord van de songs "Home Of The Rising Sun", "Gonna Change My Of Living", "God Gave Names To All The Animals" of "Times Have Changed"? 
Volgens Leigh trad Bob Dylan op in de show van David Letterman in 1975, zat de poster van Milton Glaser bij Bob Dylan's Greatest Hits vol. II en is Biograph een box met 2 cd's.
Verder weet Leigh niet het verschil tussen "I'll Keep It With Mine" en "On The Road Again", verwart hij de tournees van 1976 en 1978 met elkaar, noemt hij de box met 36 cd's van tournee 1966 een bootleg en weet hij het verschil niet tussen "Cocaine Blues" en het door J.J. Cale geschreven "Cocaine". 
Het is jammer dat niet een goede fact-checker Leighs manuscript heeft doorgenomen voor het naar de uitgever ging. Was dat gebeurt, was Outlaw Blues een redelijke biografie geweest. Zoals het nu is, is het onder de maat, helaas.

de wereld wordt geleid door hen die nooit naar muziek luisteren

Afgelopen maandag schreef ik over Tarantula voor de zoveelste keer lezen. Meestal raas ik door dat boek heen, van kaft tot kaft in enkele uren. Dit keer besloot ik mijn tijd te nemen, iedere dag een stukkie. Niet te snel. 
Het mooie van Tarantula lezen is dat het boek mij regelmatig met stomheid geslagen achterlaat. Neem nou gisteravond. De inauguratie van Joe Biden had ik grotendeels langs mij heen laten gaan. Ik hoef niet naar de ceremonie te kijken om het belang van de transitie te onderschrijven. Wel had ik op Facebook enkele berichten gezien over Jennifer Lopez' versie van "This Land Is Your Land" tijdens die festiviteiten. Ik heb het niet gehoord, ik weet niet hoe het klonk en of 't gepast was. De berichten op Facebook spraken elkaar nogal tegen, van schitterend tot schande. Ik besloot niet te luisteren naar Lopez, Facebook en de inauguratie te laten voor wat ze zijn en Tarantula op te pakken.
In het derde hoofdstuk dat ik las, stond het er ineens. Het heeft er natuurlijk altijd gestaan, Dylan schreef het halverwege de jaren zestig, maar nu zongen de woorden zich los van het boek het schreeuwden mij tegemoet:

this land is your land & this land is my land - sure - but the world is run by those that never listen to music anyway

Mij god, wat is het goed om Tarantula te lezen. En nee, Bob Dylan heeft geen voorspellende gaven, hij is geen profeet, maar wat heeft hij het achteraf gezien verdomd vaak bij het rechte eind gehad. 
Lees Tarantula. Het ergste wat je kan gebeuren is dat je de wereld, jouw wereld vanuit een andere invalshoek leert zien.

aantekening #7689

OPGAAF

De bus begeeft
zich van a naar b over
een lijnstuk van 2,8 km
in de bus zitten zes mensen
van wie er twee een paspoort bezitten
de knikkers hebben een doorsnee van 1 cm
vraag: hoeveel kubieke cm lucht moet
de fluitist in de fluit blazen
om 1x de zauberflöte te spelen
en hoeveel bedraagt
dit aantal kubieke cm lucht
voor blowing in the wind?
bereken het verschil

Bovenstaand gedicht is te vinden in de bundel De Minderweter van Pieter de Bruijn Kops. Het eerste dat mij opvalt, is dat De Bruijn Kops heeft nagelaten om The Freewheelin' Bob Dylan uit de kast te pakken ter controle. Had hij dit wel gedaan, had hij geen 'blowing', maar 'blowin'' geschreven. Is niet belangrijk. het valt alleen op.

~ * ~ * ~ * ~


Is er een Dylan-liefhebber bij wie het niet op het netvlies gebrand staat? Newport 1963, Bob Dylan zingt "Blowin' In The Wind". Hij doet dit niet alleen, maar samen met Joan Baez, The Freedom Singers, Pete Seeger en Peter, Paul & Mary. 
Vanmiddag pakte ik het nog ongelezen boek When We Were Good van Robert Cantwell uit te kast om aan een mede-Dylanliefhebber te laten zien. Op de achterkant van dat boek staat een foto van Newport 1963, van links naar rechts, de handen ineen geslagen: Peter, Paul & Mary, Joan Baez, Bob Dylan, The Freedom Singers en Pete Seeger. Die foto is niet gemaakt tijdens "Blowin' In The Wind", maar tijdens dat andere moment, tijdens "We Shall Overcome".
In augustus 2019 verschenen de cd en dvd Peter, Paul And Mary at Newport 1963 - 1965. Dat wist ik niet, dat ontdekte ik net bij toeval. Op zowel de cd als de dvd staat een "Blowin' In The Wind", maar is dit de versie met Dylan, Baez, Seeger en The Freedom Singers, zo vroeg ik me af. Gezien de credits die in verschillende webwinkels worden vermeld, denk ik het niet, maar toch is er de twijfel. Aanschaffen of toch nog even wachten?

~ * ~ * ~ * ~

Wie mij kent, weet dat ik zelden voor de Dylan-cover ga, bijna altijd voor het origineel. Toch is er een tijd geweest, niet eens zo lang geleden, dat ik iedere single of ep van Peter, Paul and Mary met daarop "Blowin' In The Wind" die ik wist te vinden kocht. Niet dat ik PPM's versie van "Blowin'' nou zo goed vind, zeker niet in vergelijking met Dylans origineel, maar toch heb ik een fascinatie van dit trio's versie van misschien wel Dylans bekendste song. Dat komt aan de ene kant door de soms werkelijk schitterende hoesjes waar die singles en ep's in de vroege jaren zestig in werden gestoken en aan de andere kant door het belang van deze versie van "Blowin'' voor het bij een groter publiek naamsbekendheid krijgen voor Bob Dylan in de begindagen van zijn carrière. Dat geldt voor Amerika, in Nederland ging 't allemaal wat anders en wat later. Binnenkort schijnt daarover een boek te verschijnen...

~ * ~ * ~ * ~

Voor mij is "Blowin' In The Wind" voor altijd verbonden met de aanschaf van mijn eerste gitaar. Nog voor ik zelf goed en wel een poging kon doen om geluid uit 't ding te krijgen, werd het instrument uit mijn handen gepakt door een gladjanus pur sang. Hij zette "Blowin' In The Wind" in, Stevie Wonder-style. Je weet wel, in het refrein: "blo, blo, blowin' in the wind...". Ik wilde heel hard "FOUT" in zijn gezicht brullen, maar was te nat achter de oren, te belegen om wat dan ook te zeggen. Toen hij klaar was, pakte ik de gitaar aan. Ik bezwoer mezelf "Blowin'" te leren spelen en het goed te zingen. 

~ * ~ * ~ * ~

Bijzonder stukje Dylangeschiedenis: "Blowin' In The Wind", Rotterdam, 6 juni 1984. Zoek 't maar op. 

~ * ~ * ~ * ~

Voor de zoveelste maal op eenderde van Tarantula

Tarantula
, eerste hoofdstuk:

so sing aretha... sing mainstream into orbit! sing the cowbells home! sing misty... sing for the barber & when youre found guilty of not owning a cavalry & not helping the dancer with laryngitis...

En terwijl mijn ogen over die woorden glijden, zingt die stem in mijn achterhoofd:

Play me a song, Mr. Wolfman Jack
Play it for me in my long Cadillac
Play that Only The Good Die Young
Take me to the place where Tom Dooley was hung
Play St. James Infirmary in the court of King James
If you want to remember, better write down the names
Play Etta James too, play I’d Rather Go Blind
Play it for the man with the telepathic mind
Play John Lee Hooker play Scratch My Back
Play it for that strip club owner named Jack

Toeval? Natuurlijk (niet). Het maakt niet uit of het toeval is of niet. Het maakt niet uit dat het (mij) aan de herhaling in "America" en zoveel andere gedichten van Allen Ginsberg doet denken. Het maakt niet uit dat ik voor het eerst tijdens Tarantula lezen aan "Murder Most Foul" denk simpelweg omdat ik nooit eerder Tarantula las in de tijd dat ik bekend ben met "Murder Most Foul". Het maakt niet uit dat ik twijfel over toeval waar niks te twijfelen valt. Het maakt niet uit.

Hoe vaker ik Tarantula lees, hoe meer ik twijfel aan mijn verstand. Waarom vind ik dit boek niet slecht, niet onleesbaar zoals het gros van de mensheid vindt? Ben ik gek? Afwijkend? Niet goed snik?
Lees ik dingen die er niet zijn? Zijn er in Tarantula dingen die ik niet lees? Niet begrijp? Denk ik te begrijpen waar niks te begrijpen valt? Waar is het mis gegaan met mij? Waar is die kronkel in mijn kop ontstaan die mij keer op keer Tarantula laat lezen? Vrijwillig. Met plezier.

Waarom is Tarantula het boek dat ik mee zal nemen naar het spreekwoordelijke onbewoonde eiland? Simpel: het is onmogelijk om Tarantula uit te lezen. Natuurlijk heb ik het boek wel uitgelezen, in de zin van: gelezen van kaft tot kaft. Vele malen zelfs. Maar echt uitgelezen in de zin van: ik hoef 't niet nogmaals te lezen, dat zou herhaling zijn, ik weet immers al wat er komen gaat. Ik heb 'm in mijn vingers, ik weet 't, snap 't, kan het navertellen in eigen woorden: dat nooit.
En daarom blijven ik lezen.

de houthakkers komen eraan

In een essay over de poëzie van H.H. ter Balkt schrijft Piet Gerbrandy: "De grootste boetprediker uit de popmuziek is Bob Dylan." Die zin spookt door mijn hoofd sinds ik 'm gisteravond las. Wat ik me tijdens dat spoken vooral afvraag is of die zin wel klopt, is Bob Dylan wel de grootste boetpredikant van de popmuziek zoals Gerbrandy beweert?

In oktober 2016 schreef Gerbrandy een alleraardigst essay over Bob Dylan & zijn Nobelprijs voor De Groene Amsterdammer (zie hier) waardoor ik geneigd ben alles wat hij over Dylan zegt of schrijft serieus te nemen. Vreemd hoe dat werkt.

Ik denk niet dat ik Dylan ooit eerder als boetprediker heb gezien. Ben ik doof geweest? Misschien. Is het voor mij haalbaar om Dylans oeuvre opnieuw te  beluisteren, maar dit keer met slechts die ene vraag in mijn achterhoofd?

Het gekke is dat ik die vraag alweer begin los te laten, wederom met dank aan Piet Gerbrandy. Het is nu meer en meer Tarantula dat mij bezig houdt en dan vooral de afsluitende zin van dat boek die Gerbrandy in zijn Groene-stuk citeert: 

there are only three things that continue: Life – Death & the lumberjacks are coming

Met dat in 't achterhoofd wordt 't Tarantula lezen dit weekend.

De houthakkers komen immers eraan. 

Music From Big Pink & The Basement Tapes

In de race om de titel meest Dylaneske album waarop de bard zelf niet te vinden is gooit Music From Big Pink (1968) van The Band hoge ogen. Niet alleen bevat het album Dylans "I Shall Be Released" en het respectievelijk door Bob Dylan samen met Richard Manuel en Rick Danko geschreven "Tears Of Rage" en "This Wheel's On Fire", ook is het schilderij op de voorzijde van de hoes van Dylans hand. Music From Big Pink ademt Dylan en is tegelijkertijd onmiskenbaar The Band.

Wie Music From Big Pink nooit gehoord heeft, heeft niet echt geleefd. In latere jaren wist The Band helaas nooit meer in de buurt te komen van dit debuutalbum. Music From Big Pink is een eiland van schoonheid in het oeuvre van The Band. (En nee, boze mailtjes sturen heeft geen zin, ik vind het tweede album van The Band echt minder dan Big Pink.)

Gisteravond heb ik de in 2018 uitgekomen jubileum-uitgave van Music From Big Pink weer eens op de draaitafel gelegd, de elf songs van dit album verdeelt over twee elpees die op 45 toeren gedraaid moeten worden. Beter dan dit heeft Big Pink nooit geklonken. Ergens aan het begin van elpee twee heb ik dochterlief gedwongen even mee te luisteren. Ze hield het 10 minuten vol, ze heeft nog wat te leren. 

En terwijl die platen hun rondjes draaien, bladerde ik wat door het boekwerk dat in deze boxset te vinden is. In dat boek staat een foto waar ik in wil duiken, door tijd en ruimte naar Big Pink, 1967: Garth Hudson gezeten achter zijn instrument, een ietwat dromerige blik in de ogen. Achter Hudson staat een lange rij dozen met opnamebanden. Volgens het bijschrijft zijn dit de zogenaamde Basement Tapes, de banden met de opnamen die Bob Dylan met The Band maakte in de 1967. 

Ik verbaas altijd over de hoeveelheid tapes. Bevatten al deze tapes echt uitsluitend de opnamen met Bob Dylan? In 2014 werden deze opnamen uitgebracht op de zes cd's tellende box The Basement Tapes Complete, het elfde deel van The Bootleg Series. Al die banden op zes cd's, klopt dat wel?

Past er op die banden achter Hudson niet veel meer muziek dan er op zes cd's past? Is The Basement Tapes Complete wel echt zo Complete

Zou het bijschrift bij de foto niet kloppen? Zouden de tapes achter Hudson meer dan alleen de met Bob Dylan opgenomen muziek bevatten? Misschien opnamen van The Band zonder Dylan?

Geen antwoord, alleen de vragen die door mijn kop tollen.

Een dag later, na uren staren naar een computerscherm pak ik The Basement Tapes uit de kast, niet Complete, maar Raw. Die ingedikte versie van The Basement Tapes is afdoende, er is maar een song die ik nu wil horen: "I'm Not There". Die song is een contradictie: onaf en perfect.

Ik begrijp geen reet van "I'm Not There" en dat is maar goed ooit, "I'm Not There" moet je voelen, niet begrijpen.

Terug naar de foto, naar de banden en de dromerige blik van Garth Hudson. Kan ik het aan mezelf verkopen dat het nodig is om die foto uit het boekwerk te scheuren zodat ik het bij mij kan steken, zodat het te pas en te onpas mogelijk is even te staren naar die foto. Even te dagdromen van 1967, van de tapes. Van een stoel ergens in een hoekje van Big Pink. Stil zitten, luisteren.

Er staat een raam open, de muziek dwarrelt naar buiten. Onder het opengeslagen raam ligt een hond zonestralen te vangen.

Tangled Up In Blue 3 door Maarten Giltay Veth

In 2018 maakte Maarten Giltay Veth onder de titel Tangled Up In Blue een eerbetoon in boekvorm. In mijn bespreking van dit werk schreef ik diep onder de indruk te zijn en noemde ik Tangled Up In Blue een kunstwerk (zie hier). In november 2019 volgde Tangled Up In Blue 2. Waar Maarten Giltay Veth zich in de eerste Tangled Up In Blue richtte op de gelijknamige song van Bob Dylan, bevat Tangled Up In Blue 2 in de woorden van de kunstenaar zelf "een keuze uit mijn favoriete songtitels gezet met loden & houten letters rond eigen linosneden van mijn idool". Dit tweede deel maakte minstens net zo'n verpletterende indruk op mij als het eerste deel (zie hier).
Nu is er Tangled Up In Blue 3, het deel dat de Tangled-reeks afsluit. Met deze derde Tangled is het Giltay Veth wederom gelukt om te verbazen en bewondering af te dwingen bij de toeschouwer. Pure schoonheid.
Geïnspireerd door het door Huub Diederen gemaakte portret van Bob Dylan (zie hier) begon Giltay Veth aan het werk dat uiteindelijk zou leiden tot Tangled Up In Blue 3. Het portret van Diederen is gebaseerd op de door Barry Feinstein gemaakte foto die de hoes van The Times They Are A-Changin' siert (zie hier). Het eerste portret in Tangled Up In Blue 3 is gebaseerd op een bijna identieke foto van de jonge Dylan (deze) waarmee Giltay Veth lijkt te verwijzen naar het werk dat hem inspireerde tot Tangled 3.
Negen portretten van Bob Dylan, waarvan zeven op een dubbele pagina, bevat Tangled Up In Blue 3, de een nog mooier dan de ander. Bij ieder portret staat een tekst, een song- of albumtitel, een flard songtekst. Iedere bladzijde is gedrukt in twee kleuren, vaak kleuren die dicht bij elkaar liggen, zoals donker- en lichtblauw op de pagina gewijd aan Desire. Alleen bij de eerste en laatste dubbele pagina - pagina's over "Like A Rolling Stone" (zie hieronder) en "Not Dark Yet" - liggen de gebruikte kleuren verder uit elkaar. En ook hier is door de kunstenaar weer over nagedacht. Wie Tangled Up In Blue 3 een paar keer doorkijkt, zal gaan opvallen dat de gebruikte kleuren voor en na de helft van het boek gespiegeld zijn, dus het eerste portret heeft dezelfde kleuren als het laatste portret. Het tweede portret is in dezelfde tinten als het voorlaatste portret, enzovoort. Eenzelfde soort spiegeling is te ontdekken in de soorten tekst - songtitel, albumtitel, songtekst - die op de verschillende pagina's te vinden is. 
Tangled 3 is een "rough guide", zo staat er aan de binnenzijde van het omslag, een "rough guide" in de zin dat het onmogelijk is om Dylans leven en werk in de negen portretten en teksten samen te vatten. Dat is natuurlijk ook nooit het streven van de kunstenaar geweest. Tangled Up In Blue 3 stipt in chronologische volgorde negen episodes, negen representatieve portretten en teksten uit Dylans leven en werk aan, van "Bob Dylan's Blues" via onder andere "New Morning" en "Everything Is Broken" naar "Not Dark Yet".




Net als bij de eerste twee delen van deze serie blijft Tangled 3 iedere keer als ik het bekijk verbazen. De afbeeldingen die ik hier plaats doen het werk geen recht. Het zien, voelen van het papier, van de verf op het papier. Het bladeren, het ontdekken van de verschillende elementen die Maarten Giltay Veth in Tangled Up In Blue 3 heeft gestopt maakt dit werk samen met de twee eerder verschenen delen onmiskenbaar tot de mooiste boeken in de Dylanbibliotheek.

Tangled Up In Blue 3 kost €25,- en is te bestellen bij Maarten Giltay Veth (maarten.mgv@kpnmail.nl). Wees er snel bij, de oplage is beperkt tot 40 stuks.

Meer informatie is te vinden op de websites van de kunstenaar: 
http://www.vethgedrukt.nl/vethgedrukt/Welkom.html
http://www.maartengiltayveth.nl/maartengiltayveth/Welkom.html

1.070 blokjes

Soms kom je vreemde zaken tegen op het internet, zoals een kop boven een artikel op de website van NRC: "Jimi Hendrix kost 1.203 legoblokjes, Dylan 1.070".
Bij het lezen van het artikel blijkt dat het gaat om de legokunstenaar Nathan Sawaya. Helaas staat het portret dat Sawaya maakte van Bob Dylan niet bij het artikel, maar na wat speuren blijkt het wel elders op het net te staan, zie hier.
Toch jammer dat de bak lego waar ik als kind mee speelde ergens onderweg is verdwenen.

John Wesley Harding - Bob Dylan ontmoet Kafka in Nashville


Een nieuw jaar, een nieuw boek van Jochen Markhorst: John Wesley Harding – Bob Dylan ontmoet Kafka in Nashville, verkrijgbaar via Amazon.  

Misschien zijn sommigen van u al bekend zijn met delen van het boek; enkele hoofdstukken zijn (in het Engels) gepubliceerd op Untold Dylan en (in het Nederlands) op de legendarische site Bob Dylan in (het) Nederland(s).

Het boek gaat – uiteraard – over het eenzame meesterwerk John Wesley Harding en belicht de achtergronden, geschiedenis en impact van de song op dit legendarische album, het grensverleggende album uit 1967 met klassiekers als "All Along The Watchtower" en "I'll Be Your Baby Tonight". 


aantekening #7673

Terwijl ik me langzaam maar zeker door het boek Bob Dylan; Outlaw Blues van Spencer Leigh ploeg zijn er al weer twee nieuwe edities van fanzines verschenen die om aandacht schreeuwen. Dylan Review vol. 2.2, Winter 2020 is een online fanzine en voor iedereen gratis te downloaden, maar de mannen / vrouwen achter het zine vraagt wel om donaties. Het andere is The Bridge, tijdschrift in boekvorm dat drie keer per jaar verschijnt. Beide tijdschriften bevatten een recensie van het boek Bob Dylan; Outlaw Blues van Spencer Leigh. Bij een vluchtige blik op die recensies lijkt die in Dylan Review een stuk positiever dan die in The Bridge
Fanzine Isis was Dylan Review en The Bridge voor en besteedde al enkele maanden geleden (in nummer 207-8) in de boekencolumn aandacht aan Bob Dylan; Outlaw Blues. Dit is echter geen recensie. Het is een lang stuk waarin Leigh vertelt waarom zijn boek uniek is en gelezen moet worden.
Overigens een briljante titel voor een Dylanboek: Outlaw Blues. Een titel die al bijna zesenvijftig jaar vanaf Bringing It All Back Home in het gezicht van iedere Dylanauteur schreeuwt en pas nu wordt die titel voor het eerste gebruikt voor een boek: Outlaw Blues. Het is een titel die past bij de muzikale rebel Bob Dylan.

* ~ * ~ * ~ *

Goed, 2021, het jaar waarin Bob Dylan tachtig wordt. Een jaar dat schreeuwt om Dylanaandacht. Die aandacht zal tussen nu en eind mei langzaam maar zeker steeds verder toenemen om vanaf juni weer af te nemen. Dat er in deze periode meer Dylanboeken dan anders verschijnen is wel zeker, dat er aandacht zal zijn voor Bob Dylan en zijn muziek in kranten en op de radio in de aanloop naar die tachtigste verjaardag staat wel vast. Maar de grote vraag is natuurlijk of Sony een graantje zal proberen mee te pikken van alle extra aandacht voor Bob Dylan. Zal Sony bijvoorbeeld een nieuw album uitbrengen?
Stel dat er iets komt, dan zijn er drie mogelijkheden: een nieuw album met nieuwe songs, een album met archiefmateriaal, bijvoorbeeld een aflevering van The Bootleg Series, of een verzamelaar met eerder uitgebracht materiaal, een Greatest Hits-achtige release.
Ik verwacht geen nieuw album. Ten eerste is Rough And Rowdy Ways nog niet zo heel lang geleden verschenen. Bovendien zal voor een nieuw album Bob Dylan zelf de keuze moeten maken om de studio in te duiken, songs op te nemen zodat het resultaat rond mei 2021 in de winkels kan liggen. Dit past, denk ik, niet bij de persoon Bob Dylan, hoewel hij ons in het verleden natuurlijk nogal eens heeft verrast met gemaakte keuzes.
Archiefmateriaal verwacht ik eerlijk gezegd ook niet. In februari komt al 1970, een 3 cd-set met archiefmateriaal uit, by popular demand. Ik verwacht dan niet in mei nog een nieuwe aflevering van The Bootleg Series. Komt het wel? Ik juich het toe - bijvoorbeeld een boxje met de sessies van Shot Of Love - maar ik verwacht het niet. 
De meest waarschijnlijke release, als Sony iets uitbrengt, is een Greatest Hits-achtige verzamelaar. Laten we zeggen een boxset met een tracklist waarop publieksfavorieten als "Like A Rolling Stone" en "Knockin' On Heaven's Door" worden afgewisseld met wat de recensenten "opmerkelijke keuzes" zullen noemen, zoals bijvoorbeeld "George Jackson" en "Return To Me" van The Sopranos-soundtrack.

* ~ * ~ * ~ *

Hoe lang is het geleden dat ik The Sopranos-soundtrack uit de kast heb gepakt en "Return To Me" heb gehoord? Het is een vraag die geen antwoord behoeft, maar ook een vraag die er voor zorgt dat als mij die vraag morgen gesteld wordt, ik kan antwoorden met "gisteren nog gedraaid".
Eerst koffie zetten, dan "Return To Me" opzetten. En dan tijdens het luisteren van de koffie nippen, de lippen branden omdat het geduld er niet is. 
Dylan nam "Return To Me" eind 2000 op met Larry Campbell op gitaar, Tony Garnier op bas, Brian Mitchell op accordeon en Shawn Pelton op drums. Volgens Olof's Files is dit de enige sessie geweest waarbij Brian Mitchell en Shawn Pelton met Dylan speelden. Tijdens deze sessie werd ook "I Can't Get You Off Of My Mind" voor het Hank Williams-tribute-album Timeless opgenomen.
Was "Return To Me" een voorbode van de Sinatra-platen? Dat lijkt misschien nu wel zo. Wijsheid achteraf. 
Overigens mag "I Can't Get You Off Of My Mind" wat mij betreft ook op die verzamelaar. 
Ik zal het voorstellen als Sony belt.
Wat ze nooit doen.

* ~ * ~ * ~ *

1 januari - Shot Of Love

Op 1 januari draai ik voor ik wat ook doe Shot Of Love. Daar ben ik een paar jaar geleden mee begonnen en omdat 't beviel, is het een gewoonte geworden. Terwijl de titelsong door de kamer fluistert - het is vroeg, huisgenoten slapen nog - zet ik thee en mijmer wat voor me uit. 
Ik denk aan Alja Spaan die gisteravond op de tv een opkontje kreeg toen Joost Prinsen een van haar gedichten declameerde. Alja Spaan die eind 2010 liet weten een boekje van mij te willen uitgeven en dat enkele maanden later ook deed.
Ik denk aan de druk die op de datum ligt. 1 januari, een nieuw begin. Aan de breed gevoelde behoefte om terug te keren naar normaal. Ik denk aan het virus dat niet in staat is om op een kalender te kijken, de knop om te zetten omdat het nieuwe jaar begint.
Ik denk aan Lenny Bruce, niet alleen de song, ook de man.
Ik denk aan John Lennon, aan het verschijnen van Shot Of Love niet lang na de moord op de muzikant. Aan de link die een schrijver ooit legde tussen de plaat en de moord. Aan de behoefte die link niet meer te willen zien, aan het niet los kunnen laten wat gezien is.
Ik denk aan het voorjaar dat ik al haast kan ruiken, aanraken. Aan concerten, markten, families, niet noodzakelijk in die volgorde.
Ik denk aan Karl Erik Andersen, de man die iedere dag vroeg naast zijn bed staat om al het Dylan-nieuws de wereld in te slingeren.
Ik denk aan John Bauldie die niet meer heeft kunnen genieten van Rough And Rowdy Ways, van Together Through Life, van "Love And Theft", van Time Out Of Mind.
Ik denk aan "The Groom's Still Waiting At The Altar" en de keuze die iedere eerste dag van het jaar gemaakt moet worden: Shot met of zonder "Groom".
Ik denk aan Jochen en het podium dat ik hem ontnomen heb, aan de pijn die me dat doet, aan de noodzaak van die beslissing. 
Ik denk aan "a bird’s nest in your hair".
Ik denk aan rijden naar een concert, het concert, 'mevrouw Tom' op de stoel naast mij. De spanning, de verwachtingen, de lol vooraf.
Ik denk aan mijn twee kinderen die ik nog nooit heb meegenomen naar een Dylan-concert en hoe nu ze oud genoeg zijn om mee te gaan alles stilvalt.
Ik denk aan "In The Summertime" en hoe ik dat tot mijn spijt nog nooit tijdens een concert hoorde.
Ik denk aan "Mississippi", aan Bob Dylan die het speelde speciaal voor mij, Ahoy, Rotterdam, 25 oktober 2011.
Ik denk aan de klootzak die ik ben. De sentimentele ouwe zak. De egoïst.
Ik denk aan "Every Grain Of Sand", ik denk aan de hond op die ene opname. Ik denk iedere dag aan die hond.
Ik denk aan Cisco an’ Sonny an’ Leadbelly too. Ik denk aan mijn ouders, oud en opgesloten.
Ik denk aan najaar 1995 en het door een lege kathedraal schallen van "Like A Rolling Stone", dansen in het gangpad voor de mensen binnenkomen.
Ik denk aan het IJsselmeer, bankje op de oever, "Marchin' To The City" op de koptelefoon.
Ik denk aan Ko Lankester, aan Bert van de Kamp, aan Beethoven en Jelly Roll Morton.
Ik denk aan Ginsbergs "Howl", aan Ginsbergs "America", aan Ginsbergs "Sunflower Sutra".
Ik denk aan de flesh-colored Christs that glow in the dark, aan de kippen in de achtertuin, aan Batman en de man die iedere dag Blonde On Blonde draait.
Ik denk aan Leo Blokhuis en Brecht On Brecht, aan het gedicht waar Victor Schiferli "Visions Of Johanna" in verstopte.
Ik denk aan Maarten Giltay Veth en de belofte die ik heb gedaan, maar waar ik de tijd niet voor vind. 
Ik denk aan de kinderen van Bob Dylan die er nooit om hebben gevraagd om herkend te worden op straat.
Ik denk aan "Murder Most Foul" en hoe dat smaakt naar meer. 
Ik denk aan hoe ik me schaam omdat ik nooit genoegen neem met wat er al is.
Ik denk aan Matin Scorsese en Stefan van Dorf, aan het vermengen van feit en fictie tot Renaldo and Clara eruit komt.
Ik denk aan de accordeon tijdens de sessies voor Under The Red Sky.
Ik denk aan "Dirge", "Duquense Whistle" en "Dreamin' Of You" en dat is nog maar een fractie van de letter D. Ik denk aan wat ik vergeet.
Ik denk aan de fouten in de Top 2000, niets is goed aan die lijst en hoe belachelijk dat klinkt.
Ik denk aan de mannen en vrouwen die ik al maanden niet heb gezien, gesproken.
Ik denk aan koffie, oliebollen en een boterham kaas. De simpele dingen.
Ik denk aan het boekwerk behorende bij Biograph dat iemand hier heeft laten liggen en hoe ik niet kan bedenken wie dat geweest is, hoe vaak ik dat boek ook oppak. 
Ik denk aan Desire met twee tekstvellen, aan "Knockin' On Heaven's Door" met het verkeerde label.
Ik denk aan de straatmuzikant die er op stond met mij Dylan te zingen om geld op te halen, ik denk aan de hoed die leeg bleef, simpelweg omdat ik niet kan zingen.
Ik denk aan Alice In Wonderland, aan Edgar Alan Poe en het belang van de stilte tussen twee songs.
Ik denk aan het verdienmodel, aan 300 miljoen redenen om songschrijver te worden.
Ik denk aan "Mr. Tambourine Man", aan hoe ik Let me forget about today until tomorrow wel op 31 december, maar nooit op 1 januari wil horen.
Ik denk aan Nashville Skyline, aan de foto op de hoes, aan het tikken tegen, het optillen van de hoed bij wijze van groet.
Ik denk aan morgen, aan laat morgen weer normaal zijn. Ik denk aan nog een keer "Every Grain Of Sand", aan het optillen van de naald om opnieuw te beginnen. Ik denk aan de mogelijkheid om altijd weer opnieuw te beginnen. Ik denk aan  a dyin’ voice within me reaching out somewhere.
Ik denk aan de mogelijkheid.