Like A Rolling Stone

Vaak komt 't uit het niks opzetten en dan moet het ook gelijk gebeuren. Dat ene nummer horen. Het bladeren door de platen in de kast en dan die ene pakken. Versterker aanzetten, de stofkap van de platenspeler omhoog doen. Nog even naar de hoes staren voor de plaat er uit gehaald wordt en dan voor even het gevoel hebben dat de man zelf terug staart. De hoes omdraaien voor een vlugge blik op de achterzijde van de hoes. De ogen over de tracklist laten glijden, compleet overbodig natuurlijk, die titels en de bijbehorende muziek staan in 't geheugen geëtst. De plaat vervolgens uit de hoes halen en op de draaitafel leggen, voorzichtig. De plaat tussen de handen geklemd zodat alleen de randen aangeraakt worden, nooit vingers op de groeven. Nog even langs de naald blazen, niet dat er stof aan zit, maar gewoontes zijn moeilijk te vergeten. De draaischijf in beweging brengen met een simpele druk op de daarvoor bestemde knop, de naald boven het vinyl hangen, even door de knieën buigen zodat gecontroleerd kan worden of die naald echt boven de inloopgroef hangt, niet boven de muziek of - pas op - net naast de plaat. Het hendeltje overhalen zodat de naald langzaam op de plaat zakt, het volume opendraaien en weglopen richting het raam voor de blik naar buiten, de tuin in. De blik die niks ziet, dagdroomstand, wachtend op die klap die alles in gang zet.

En dan komt die klap van de drummer, het startschot dat de band in beweging brengt. In die band klopt niks, de piano hobbelt als de eerste pasjes van een net geboren kalfje, het orgel is te laat, de gitaar zingt knetterende stoten als een elektrische schok, de drums denderen voort, de harmonica schreeuwt als een marktkoopman die te weinig klantjes weet te verleiden en de bas - de moederkloek - probeert alles bij elkaar te houden. En het werkt, het rotzooitje valt samen als het zwemmen door lava, zoals de man ooit zelf zei. De man die er zijn verhaal overheen mag leggen, zijn verhaal, zijn sprookje met die stem. Die stem die uit duizenden te herkennen is en nooit hetzelfde klinkt, die stem.

Er zijn maar weinig songs zoals deze, songs die na honderden keren horen nog steeds klinken alsof ze nooit eerder gehoord zijn. Tijdloze muziek noemt men dat vaak als men om woorden verlegen zit. Die naam is niet goed, nu ik er over nadenk. Het is altijd-muziek, muziek die altijd goed klinkt. Muziek die buiten de tijd staat en daardoor van alle tijd is. 

En als de zes minuten verstreken zijn, als de naald een stukje stilte vindt, is het voor dan even mooi geweest. De rest van de plaat is voor een andere dag. Nu moet het nazingen in de stilte van het achterhoofd.

aantekening #7963

Zaterdagochtend, terwijl van boven de eerste stommelgeluiden behorende bij ontwakende huisgenoten komen, schuif ik een cd met een opname van Dylans concert op 18 juli 1996 in Oslo in de speler. Ik moet het volume niet te ver opendraaien, nog niet iedereen is wakker.

Tourjaar 1996. Een jaar later kwam Time Out Of Mind en de collectieve herwaardering voor Bob Dylan en zijn muziek. 

Opener "Leopard-Skin Pill-Box Hat" heeft een aardig stukje harmonica, maar het eerste ik-val-even-stil-moment komt een song later, tijdens "Man In The Long Black Coat".

~ * ~ * ~

Dochterlief is geïnteresseerd in grafische vormgeving. Sinds ik schat grofweg een jaar koopt ze van haar zakgeld hier regelmatig boeken over. Afgelopen week kocht ze er weer eentje en terwijl ze zat te bladeren, werd ik er bij geroepen: Bob Dylan staat in het boek, een werk van Tim Marrs.


Wie nu denkt dat het een grappig toeval is, dat de dochter van een Dylan-liefhebber Bob Dylan in een boek over grafische vormgeving tegenkomt, moet ik teleurstellen. In grofweg de helft van de boeken over vormgeving die mijn dochter in het afgelopen jaar kocht, is Dylan te vinden. Vaak is het de Milton Glaser-poster die in 1967 in Amerika bij de elpee Bob Dylan's Greatest Hits zat, maar zeker niet altijd. Blijkbaar is Dylan een geliefd onderwerp voor grafische vormgevers (en / of de samenstellers van boeken over vormgeving.)

In het boek waar het hierboven afgebeelde werk van Tim Marrs in staat, komt Bob Dylan nog twee keer voorbij, zo begreep ik later van dochterlief. Ik heb geen foto's (of een titel van het boek). Toen zij het later die avond ontdekte, lag ik al te slapen en nu kan ik het haar ook niet vragen: het is zaterdagochtend en op zaterdagochtend slapen pubers.

~ * ~ * ~

Iets in mij zegt dat ik eerder over de schitterende "Positively 4th Street" van het '96-concert in Oslo heb geschreven, maar waar en wanneer weet ik niet meer.

Hoewel het Oslo-concert nog draait - en dat ook nog wel even zal doen - groeit het verlangen naar het horen van Hard Rain. Starend naar buiten lijkt het een dag te worden waarop een waterig zonnetje regelmatig door de wolken zal breken. Zo'n dag waarop de winterjas te warm, maar de zomerjas te dun is tijdens de tocht naar noem het maar op. De plannen moeten nog gemaakt worden, de dag ligt nog open. Ergens in die plannen zal het draaien van Hard Rain opgenomen worden. Het is een goede dag voor dat album.

~ * ~ * ~

Bij het woord koopgoot, denkt men aan Rotterdam, maar ook dichter bij huis, in Nijmegen, is een winkelstraat waar de naam koopgoot passend voor is. In die Nijmeegse koopgoot zit boekhandel Dekker van de Vegt, een van de betere boekhandelaren van Gelderland. 

Helemaal achterin die winkel staat één kast van boven tot onderen gevuld met poëzie, bundels die al eerder gelezen zijn en nu op zoek zijn naar een nieuwe eigenaar. Gisteren stond ik voor die kast en trof ik op de onderste plank A Thousand Mornings van Mary Oliver, een bundel uit 2012. Oliver heeft en citaat van Bob Dylan als motto voorin deze bundel gezet. Het gaat niet om een citaat uit een song, maar om iets wat Dylan tijdens een interview heeft gezegd: "Anything worth thinking is worth singing about."

Ik kan het citaat niet direct plaatsen. Na een zoektocht door ruim 1300 pagina's interview, kom ik twee fragmenten tegen die enigszins in de buurt komen van het citaat in Olivers bundel.

Interview met Studs Terkel, 26 april 1963:

ST: But, it seems that you can write about any, it seems, any subject under the sun.

BD: Yeah, anything worth thinking about.

ST: You say “worth thinking about”. What do you mean?

BD: Well, it means about everything (laughs).

ST: About everything?

BD: Yeah!

En het interview met Max Jones van 17 mei 1964:

There’s nothing that’s not worth listening to, that’s not worth thinking about, that’s not worth singing. I learned that.

Heb ik niet op de juiste plek gezocht, of is Mary Oliver creatief omgesprongen met wat Bob Dylan heeft gezegd?

De bundel van Mary Oliver bevat naast het Dylan-citaat het gedicht "And Bob Dylan Too" en dat gedicht begint weer met het eerder genoemde citaat.


And Bob Dylan Too

"Anything worth thinking is worth 

     singing about."


Which is why we have

songs of praise, songs of love, songs

     of sorrow.


Songs to the gods, who have

     so many names.


Songs the shepherds sing, on the

     lonely mountains, while the sheep

          are honoring the grass, by eating it.


The dance-songs of the bees, to tell

     where the flowers, suddenly, in the

          morning light, have opened.


A chorus of many, shouting to heaven,

     or at it, or pleading.


Or that greatest of love affairs, a violin

     and a human body.


And a composer, maybe hundreds of years dead.


I think of Schubert, scribbling on a café

     napkin.

          Thank you, thank you.

~ * ~ * ~

De laatste song van de eerste cd van het Oslo-concert is "Ballad Of Hollis Brown" met John Jackson op banjo. Mede met dank aan die banjo doet deze "Hollis Brown" mij denken aan de "Hollis Brown" die Dylan in mei 1993 opnam met Mike Seeger voor diens album Third Annual Farewell Reunion, een van de meer geslaagde bijdragen van Dylan aan het album van een andere muzikant (luister hier).

~ * ~ * ~

Ik had nog willen schrijven over een boek over Grateful Dead met tips over Dylan-songs die door die band gespeeld zijn, en een artikel dat bijna twintig jaar geleden in een fanzine gepubliceerd werd, maar die gedachten moet ik maar bewaren voor een volgende keer. Voor nu is het genoeg. Druk zat. Eerst de rest van Oslo beluisteren, dan Hard Rain en ergens tussendoor ook nog die "Hollis Brown" met Mike Seeger. En als ik daar mee begin - luisteren naar Dylans bijdragen op albums van anderen - volgt er altijd meer. Voor ik het weet, zit ik naast de cd-speler met een flinke stapel albums waarvan één of twee song gedraaid moeten worden nog voor de dag voorbij is.

Mooie zaterdag.

aantekening #7958

Ik weet niet meer hoe het precies ging, maar ergens in de BOBCast werd mij iets gevraagd over het begrijpen van Dylans songs waarop ik antwoordde dat die songs - als ik me goed herinner - moeten worden ondergaan, dat het navertellen van die songs afbreuk doet aan die songs. Een gedicht vertel je ook niet na in je eigen woorden, maar onderga je, zoiets. Ik noemde toen als voorbeeld de werken van dichter Gerrit Kouwenaar. Een Kouwenaar-gedicht laat je door iemand lezen, vertellen waarover dat gedicht gaat, werkt niet. Hetzelfde geldt voor de songs van Bob Dylan.

Ik had tientallen andere dichters kunnen kiezen, maar het werd dus Kouwenaar. 

Gerrit Kouwenaar was waarschijnlijk de minst in Dylan geïnteresseerde dichter van alle Nederlandse dichters. Ik had voor mijn antwoord ook kunnen kiezen voor Simon Vinkenoog of Hans Vlek of Jan Kal of noem maar een dichter op die regelmatig blijk heeft gegeven van (enige) belangstelling voor Bob Dylans muziek. Ik koos dus - in a split second, in die BOBCast - voor Gerrit Kouwenaar, misschien wel juist omdat hij nooit enige belangstelling voor het werk van Bob Dylan heeft getoond.

Ik had ook voor Sjoerd Kuyper kunnen kiezen. Hij is wel zo'n dichter die belangstelling voor Bob Dylans muziek heeft. In zijn bundels Handboek voor overleden knaagdieren en September is Bob Dylan te vinden. Toen ik vorige week in een antiquariaat het boek Kwaaie verhalen van liefde van Sjoerd Kuyper zag, kon ik het niet laten om even snel een blik in dat boek te werpen om te kijken of Dylan er in te vinden is. Op de tweede of derde bladzijde die ik opsloeg, zag ik zijn naam al staan. Dat is ook niet zo raar, de bekeken bladzijde was er eentje van het essay "Hoe de popmuziek in mijn leven kwam". Natuurlijk is Dylan in dat essay te vinden. Ik kocht het boek en las het. Maar liefst op eenentwintig bladzijden van Kwaaie verhalen van liefde komt Bob Dylan voorbij. Ik zal ze niet allemaal hier opsommen, koop het boek zelf & lees het, het is de moeite waard. Ik wil er eentje noemen, de allerlaatste. "Over het nieuwe uitgeven en mijn oude schrijversneus" is het stuk waarin die allerlaatste Dylan-vermelding te vinden is. Dit is, zo leer ik uit de aantekeningen achterin het boek, de door Kuyper gehouden Annie M.G. Schmidtlezing van 13 mei 2009. Daarin staat: "Ik zat met cabaretiers en muzikanten aan tafel en keuvelde met Gerrit Kouwenaar over de vraag of Bob Dylan de Nobelprijs voor Literatuur verdiende of niet."

Gerrit Kouwenaar! De dichter wiens naam ik een paar maanden geleden in een podcast naar voren bracht omdat ik dacht dat de man helemaal niks van Bob Dylan moest hebben, misschien zelfs niet eens wist wie Dylan is heeft zitten keuvelen over de vraag of Dylan de Nobelprijs verdient. Zat ik er even naast.

Gerrit Kouwenaar overleed in 2014, 91 jaar oud. Dat de Nobelprijs voor Literatuur in 2016 naar Bob Dylan ging, weet hij niet. Daarvoor overleed hij te vroeg. Wat zou hij daarvan gevonden hebben, zo vraag ik mij nu af. Zou hij tijdens het keuvelen met Sjoerd Kuyper hebben aangegeven dat Dylan die prijs meer dan verdient, of juist niet? Ik heb werkelijk geen idee. Misschien wil ik het wel niet eens weten. Soms is de twijfel mooier dan het feit.

In een open brief aan Bob Dylan, zo'n zeven maanden geleden geschreven, noemde ik Kouwenaar ook al eens (zie hier). Stel je voor dat de muzikant die serie open brieven heeft gelezen, dan weet hij misschien wel wie Gerrit Kouwenaar is. Het is een kleine wereld.

aantekening #7956

Contrary to popular mythology, it was with paint brushes in hand, not a guitar, that [Woody] Guthrie hit the road for California. He had hocked his guitar... and it was his artistic skills that he brokered for room and board.

Woody Guthrie wordt heden ten dage gezien als componist en muzikant van songs als "This Land Is Your Land" en "Pretty Boy Floyd", maar uit bovenstaande woorden van Nora Guthrie blijkt dat haar vader ook beeldend kunstenaar was. Het boek Art Works (2005) toont een overvloed aan tekeningen, krabbels en schilderijtjes die Guthrie in de loop der jaren in zijn agenda's en aantekenboekjes maakte. 

Dat Woody Guthries muziek essentieel is geweest voor de songschrijver Bob Dylan in zijn beginjaren mag als algemeen bekend verondersteld worden. Minstens net zo interessant is de invloed van de beeldend kunstenaar Woody Guthrie op Bob Dylan. Leg de tekeningen in Guthries Bound For Glory en Art Works naast de tekeningen in Dylans Writings And Drawings en de invloed is overduidelijk. 

Net als Dylan-de-componist heeft Dylan-de-beeldend-kunstenaar zich na een periode vol Guthrie-invloeden los geworsteld van de invloed van zijn laatste held. In de latere beeldende kunstwerken van Dylan - zoals Drawn Blank Series en Brazil Series - is niks meer van de invloed van Woody Guthrie terug te vinden. 

~ * ~ * ~


Met de gedachte dat als het mij lukt om tijdens het beluisteren van covers niet te verlangen naar het origineel van Dylan, een album als Bob's Back Pages: A Night Of Bob Dylan Songs van Lucinda Williams de moeite van het beluisteren waard kan zijn, kocht ik vanmiddag dit album. 

Williams heeft een aangename, unieke stem waar ik op gezette tijden wel een zwak voor heb, zo redeneerde ik, dus kon de aanschaf nooit slecht uitpakken. 

Mag ik zeggen dat ik de cover van dit album - een verwijzing naar de hoes van Dylans The Times They Are A-Changin' - geslaagd vind, al stoort het mij dan weer wel dat de foto van Williams gespiegeld is (zie de letters op haar shirt). De foto van de jonge Dylan op de hoes van zijn debuut is ook gespiegeld, is dit toeval of heeft Williams daarom gekozen voor de gespiegelde foto?

Elf songs bevat dit album, van "It Takes A Lot To Laugh, It Takes A Train To Cry" tot "Make You Feel My Love" met daartussen "Man Of Peace", "Idiot Wind" en nog zeven verrassende keuzes. 

Het geluid van Williams' band van vijf heeft iets ongepolijst. Het is de muziek die past bij het randje in Williams' stem. Tijdens opener "A Lot To Laugh" is de gedachte dan ook dat dit wel eens wat kan zijn, maar al snel blijken de muzikanten voor het gros van de songs op Bob's Back Pages uit het zelfde vaatje te tappen. Dat is jammer. 

Nu ik het album helemaal gehoord heb - en voor de tweede keer opzet - is het lastig hoogtepunten te noemen. Doordat de songs muzikaal onderling weinig van elkaar verschillen, zijn de oren niet echt aan bepaalde songs blijven plakken. "Meet Me In The Morning" misschien, als ik er dan toch eentje moet kiezen.

~ * ~ * ~

Onder de titel Honky Tonk Lagoon zijn dertien van de vijftien songs van het Dylan & The Dead-concert van 19 juli 1987 in Eugene, Oregon op het YouTube-kanaal van Bob Dylan te beluisteren, zie hier. De twee ontbrekende tracks zijn "Touch Of Grey" waarop Dylan alleen gitaar speelt, en "Queen Jane Approximately" dat op het album Dylan & The Dead te vinden is.

Veel van de tour van Bob Dylan en The Grateful Dead is ook te beluisteren op relisten.net.



De Nobelprijs voor de Literatuur; 13 oktober 2016 - 13 oktober 2021

Op 13 oktober 2016 plaatste ik op Bob Dylan in (het) Nederland(s) iets na 1 uur in de middag onderstaand bericht:

Dagdromen: iedereen heeft ze wel. De ene dagdroom nog mooier dan de ander. Maar ook: de ene dagdroom makkelijker te realiseren dan de andere droom.
En dan zijn er natuurlijk de dagdromen waarvan je aanneemt dat je de enige bent die dit droomt, dat een realisatie van de droom onmogelijk is. Zoals de dagdroom waarin Bob Dylan de Nobelprijs voor de Literatuur krijgt.
Die dagdroom bestaat al enkele jaren en gek genoeg bleek vanmiddag rond 1 uur dat ook die droom waarheid kan worden.
De Nobelprijs voor de Literatuur 2016 is toegekend aan Bob Dylan "for having created new poetic expressions within the great American song tradition".
De glimlach zal vandaag niet meer van mijn gezicht verdwijnen.

Het is vandaag 13 oktober 2021, de klok geeft aan dat het iets na 1 uur in de middag is. We zijn vijf jaar verder en die glimlach is er weer, is er eigenlijk altijd wanneer ik denk aan dat ene moment, vijf jaar geleden.

In 2016 besloot een clubje mannen en vrouwen de Nobelprijs voor Literatuur aan Bob Dylan toe te kennen. Vijf jaar later staat voor mij nog steeds als een paal boven water dat dat een goede beslissing is geweest. Een terechte beslissing. Na aanleiding van het toekennen van die prijs beschreef ik in 600 woorden waarom het volgens mij een terechte beslissing is. Dat stuk werd op 10 december 2016 - de dag waarop de prijs werd uitgereikt - op de website van de Volkskrant gezet. Mijn gedachten over de toekenning van de Nobelprijs voor de Literatuur zijn in de afgelopen vijf jaar niet anders geworden. Vandaar dat ik dat stuk hier nogmaals plaats.

Waarom Dylan vandaag terecht de Nobelprijs krijgt

“do Not create anything, it will be misinterpreted” 

Bovenstaande regel komt uit Bob Dylans Advice for Geraldine on Her Miscellaneous Birthday (1964). Al ruim vijf decennia slaat Bob Dylan zijn eigen advies in de wind. En nu, na ruim vijf decennia tegen het advies in stug door schrijven zit Bob Dylan met de gebakken peren: ze hebben hem de Nobelprijs voor de literatuur gegeven. Er is geen weg meer terug, hij is gearriveerd in de literaire wereld.
Lekker dan. En waarom? "(…) for having created new poetic expressions within the great American song tradition". Daarom dus.

Disillusioned words

Sinds op 13 oktober door Sara Danius van het Nobelcomité bekend werd gemaakt dat de Nobelprijs voor de literatuur 2016 naar Bob Dylan gaat is er veel gekrakeel in de ‘boekenwereld’. Bob Dylan zou geen echte schrijver zijn. Een echte schrijver zwoegt immers dagelijks in de beslotenheid van het huis, bij voorkeur met de vulpen in de hand, om de juiste zinnen bij elkaar te krijgen. De zinnen die uiteindelijk samen een boek zullen vormen.
Literatuur is niet tekst, literatuur is boek, dat is de gedachtegang van de klagers.

Er zijn mensen die vinden dat Bob Dylan de Nobelprijs voor de literatuur helemaal niet verdient. Dat moeten mensen zijn die nog nooit dat ene couplet uit “It’s Alright, Ma (I’m Only Bleeding)” gehoord hebben: 

Disillusioned words like bullets bark
As human gods aim for their mark
Make everything from toy guns that spark
To flesh-colored Christs that glow in the dark
It’s easy to see without looking too far
That not much is really sacred

Bovenstaande regels zijn poëzie. Naast het eindrijm is er de alliteratie (bullets bark; gods guns glow colored Christs; easy see), beide rijmvormen komen uiteraard extra goed tot hun recht wanneer de tekst niet gelezen, maar gehoord wordt, bij voorkeur wanneer deze door Bob Dylan zelf gezongen wordt.
Wat alliteratie doet binnen deze tekst is verbanden door middel van klank leggen. Het knappe van de schrijver Bob Dylan is dat hij binnen een tekst zoals bovenstaand vers uit “It’s Alright, Ma (I’m Only Bleeding)” over de regels heen niet alleen verbanden legt door middel van klank, maar ook betekenis. Zo associeert de luisteraar “bullets” (regel 1), “aim for their mark” (regel 2) en “toy guns” (regel 3) met wapens en zullen “human gods” (regel 2), “flesh-colored Christs” (regel 4) en “sacred” (regel 6) geassocieerd worden met religie.
Bob Dylans teksten zitten vol met dit soort poëtische vondsten.

Associaties oproepen

Een andere poëtische vondst waar Bob Dylan veelvuldig gebruik van maakt is het oproepen van associaties bij de luisteraar door gebruik te maken van namen, begrippen en uitdrukkingen uit het collectieve geheugen, al dan niet door deze in een verrassende context te plaatsen.
Iedereen heeft wel een beeld bij de Engelse volksheld Robin Hood of de natuurkundige Albert Einstein, maar alleen Bob Dylan weet deze twee namen te combineren tot de poëtische regels: “Einstein, disguised as Robin Hood”.

Bovenstaande zijn slechts twee voorbeelden uit het rijke oeuvre van Bob Dylan. Dat oeuvre zit vol poëtische hoogstandjes en vondsten. Dat Dylans poëzie het best tot haar recht komt door er naar te luisteren in plaats van te lezen van de pagina doet niks af aan de kwaliteit van de poëzie. 
Het Nobelcomité liet op 13 oktober weten dat de Nobelprijs voor de Literatuur 2016 naar Bob Dylan gaat. Met die beslissing heeft het comité niet alleen lef getoond, maar vooral een man met een Nobelprijswaardig oeuvre beloond. 
Wie dat niet snapt moet leren met zijn oren te lezen.

Tom Willems


aantekening #7952: de tourband

Voor de wereldtournee die onder de titel Rough And Rowdy Ways tot 2024 zal duren, heeft Bob Dylan een nieuwe drummer voor zijn band gevonden: Charley Drayton. Ik moet bekennen dat ik niet eerder van Drayton had gehoord en dat terwijl Drayton volgens een artikel over zijn aanstelling als Dylan-drummer basgitaar speelde in Dylans band in begin jaren negentig. Die mededeling verbaasde mij, begin jaren negentig speelde Tony Garnier basgitaar in Dylans band. Sterker nog, Garnier speelt inmiddels al zo lang voor Bob Dylan, dat ik vermoed dat Garnier meer Dylan-concerten heeft bijgewoond dan Dylan zelf.

Volgens de website Olof's Files heeft Charley Drayton wel degelijk ooit met Bob Dylan op een podium gestaan. Op 17 oktober 1991 trad Dylan op tijdens het festival Guitar Legends in Sevilla, Spanje. Dylan speelde met verschillende gelegenheidsbands zes nummers. De vijfde song was "Shake, Rattle And Roll". Tijdens deze song bestond de gelegenheidsband naast Dylan uit Keith Richards (gitaar), Steve Cropper (gitaar), Edward Manion (saxofoon), Chuck Leavell (toetsen), Steve Jordan (drums) en Charley Drayton (basgitaar). Drie van die muzikanten maakten in 1991 deel uit van Keith Richards And The X-Pensive Winos: Steve Jordan, Charley Drayton en uiteraard Keith Richards zelf.

De grote vraag is natuurlijk of de Rough And Rowdy Ways-tourband uit meer nieuwe leden zal bestaan, of dat Bob Dylan straks met Charley Drayton en de overige leden van zijn meest recente tourband op het podium zal staan: Charlie Sexton, Donnie Herron, Robert Britt en Tony Garnier.

Ik ben een dichter

Het is vijf jaar geleden dat de Nobelprijs voor Literatuur aan Bob Dylan werd toegekend. Hij kreeg de prijs voor "having created new poetic expressions within the great American song tradition". Daar moest ik gisteren aan denken, staand op een wankel trapje om bij de dichtbundels op de bovenste planken te kunnen. "Daar staan de bundels van niet zo bekende dichters", aldus de boekverkoper. Op de beter bereikbare plank vol werken van bekende dichters vond ik niks, van de plank met "niet zo bekende dichters" nam ik twee boeken mee. Een van die twee is de bundel Van A tot en met Z van Frans Kuipers. Ik was niet zo heel erg bekend met het werk van Frans Kuipers tot ik een maand of drie geleden in mijn geparkeerde auto, wachtend op het einde van zoonliefs afspraak, het gedicht "Kwallen" van Kuipers las en onder de indruk raakte. Ik had de dichter Kuipers nog niet in verband gebracht met Bob Dylan, daar bracht de bundel Van A tot en met Z verandering in. Op de eerste bladzijde in die bundel staat:

Yippee
I'm a poet
and I know it
hope I don't blow it.
                 B. Dylan

Een motto ontleend aan Dylans "I Shall Be Free No. 10" van Another Side Of Bob Dylan dus.
Vijf jaar voor Frans Kuipers' Van A tot en met Z verscheen, bracht uitgeverij Peter Loeb de bundel Fietsen op de Mont Ventoux van Jan Kal op de markt. 74 sonnetten zijn er te vinden in Fietsen op de Mont Ventoux, maar nog geen van de Dylan-sonnetten waarvan Kal er toen al een aantal had geschreven. Het motto op een van de eerste bladzijdes in Fietsen op de Mont Ventoux:

Yippee
I'm a poet
And I know it
Hope I don't blow it

            Bob Dylan

In 1979 - het jaar waarin ook Van A tot en met Z van Frans Kuipers verscheen, bracht De Arbeiderspers een vierde, gewijzigde en uitgebreide druk van Fietsen op de Mont Ventoux uit. In deze vierde druk is het motto verdwenen, maar zijn wel 9 Bob Dylan-sonnetten te vinden.
Jan Kal was met het als motto kiezen van een citaat uit "I Shall Be Free No. 10" eerder dan Frans Kuipers, maar hij was niet de eerste Nederlandse dichter die naar deze regels van Dylan greep. In 1966 verscheen Iets eetbaars, de tweede bundel van Hans Vlek. In deze bundel staat het gedicht "A hypocrite's waltz". Dat gedicht gaat zo:

A hypocrite's waltz

I am a poet and I know it
zingt Bob Dylan, maar wat weet hij
die even later zegt: I don't need no sportscar,
maar er drie bezit?

Hans Vlek heeft als enige van deze drie dichters niet mogen meemaken dat de Nobelprijs voor Literatuur aan Bob Dylan werd toegekend, hij overleed in juli 2016, drie maanden voor de prijs aan Bob Dylan werd gegeven. Ik vraag mij vaak af wat hij van die toekenning zou hebben gevonden.

Volgens een artikel op internet bevat de bundel Gottegot & Bubble Up uit 1977 van Frans Kuipers hetzelfde motto. Klopt dit, of heeft de auteur zich vergist, zo vraag ik me af. Een vergissing lijkt mij het meest logisch, waarom aan twee bundels hetzelfde motto geven?
Eind volgende maand verschijnt de bundel Nachtbioscoop van Jan Kal. Op websites van verschillende boekwinkels lees ik over deze bundel: "De hoofdmoot van deze bundel vormt de popmuziek uit de jaren vijftig, zestig en zeventig – in sonnetvorm. Liedjes en gedichten stammen uit een gemeenschappelijke bron, maar bevinden zich tegenwoordig in gescheiden domeinen. De toekenning van de Nobelprijs voor literatuur aan Bob Dylan in 2016 beoogde deze kloof te overbruggen. Kal dicht zijn hedendaagse sonnetten tegen de achtergrond van beide tradities. Van Dante tot Dylan, van Petrarca tot Madonna, van Baudelaire tot de Beatles, een waar feest der herkenning."
In mijn agenda staat bij 30 november een notitie: "bundel Kal kopen".

19 uur later, een aanvulling is nodig. Er is meer. Er is altijd meer, blijkt achteraf wanneer het geheugen doet wat 't moet doen: herinneren. Naast Frans Kuipers, Jan Kal en Hans Vlek is er Elly de Waard. Haar gedicht "Just Like Bob Dylan" begint met "I'm a poet and I know it". 
Ik zet geen punt achter dit lijstje van vier dichters. Er is ongetwijfeld meer, ik moet het alleen nog ontdekken of herinneren.

Wild Billy Childish + CTMF - Bob Dylan's Got A Lot To Answer For

De riff waarmee onderstaande song begint doet (mij) erg denken aan "All Along The Watchtower". 


Min of meer diezelfde riff is te horen in de serie The New Pope, zie hier.

License To Kill

Op Bob Dylans officiële YouTube-kanaal staat sinds gisteren de videoclip van "License To Kill". Opmerkelijk is dat "License To Kill" een van de slechts twee songs op Infidels is waarvan geen alternatieve studioversie op Springtime In New York (of een ander deel van The Bootleg Series) te vinden is. 

Hoeveel is er tijdens de opnamen van Infidels in de studio gefilmd? Eerder was er de clip van "Don't Fall Apart On Me Tonight" en nu dus "License To Kill". En als er meer is, wanneer krijgen we dat te zien?



[met dank aan Rob]

trrrrring

"Met mij, alles goed?"

"Ja, prima. Met jou ook?"

"Geïrriteerd, maar verder wel oké."

"Geïrriteerd? Hoezo?"

"Zit je op Facebook?"

"Ja, maar ik kijk niet zo vaak."

"Op de dag dat Springtime In New York verscheen, zag ik een foto van de luxe editie van die release met het bijschrift 'ik heb een cadeautje voor mezelf gekocht'. Inmiddels is het twee weken geleden dat die box is verschenen. Hoe vaak denk je dat ik in die tijd een foto van die box heb gezien met in het bijschrift de woorden 'cadeau' en 'mezelf' of een variant daar op?"

"Geen idee joh. Twintig keer?"

"Bijna goed. Het zijn er 56."

"En?"

"Het is toch ongehoord irritant om steeds weer geconfronteerd te worden met mensen die zichzelf kietelen. Ik wil lezen wat ze van de muziek vinden, niet hoe ze aan die muziek komen. Wat kan mij het schelen dat ze die box van hun eigen centen hebben gekocht, er een strikje om hebben gedaan, thuis dat strikje eraf getrokken hebben en daarbij verrast hebben gekeken. Vertel me niet dat, vertel me wat je van 'Angelina', van 'Jokerman', 'Fur Slippers' en 'When The Night Comes Falling From The Sky' vindt."

"Je draaft wel lekker door."

"Hoezo?"

"Wat kan jou het nou schelen wat anderen op Facebook zetten? En als het je kan schelen - wat je tot een uitzondering maakt want dat hele Facebook draait niet om het zien, maar om het gezien worden - en het ergert je wat er staat, kijk dan niet."

"Makkelijk gezegd."

"Je maakt je druk om niks. Of geef anders het goede voorbeeld. Zet jij op Facebook wat je van 'Angelina' en 'Jokerman' en - welke noemde je ook al weer als derde - oh ja, 'When The Night Comes Falling From The Sky' vindt. Dan volgen er vanzelf wel mensen die je volgen, lijkt mij, maar dat heb je natuurlijk allang gedaan."

"Wat heb ik al gedaan?"

"Op Facebook zetten wat jij van die songs op Springtime vindt."

".... Nou nee, daar heb ik nog geen tijd voor gehad."

"Niet?"

"Nee..."

"Wat heb je dan al die tijd gedaan?"

"Nou luisteren, om te beginnen."

"En niks op Facebook gezet?"

"Jawel."

"Wat dan?"

"...niks."

"Wat?"

"Niks."

"Zeg het nou maar, wat heb je op Facebook gezet?"

"Het is niks joh. Laat maar. Vergeet maar dat ik er over begonnen ben."

"Heb jij soms ook een foto van Springtime er op gezet?"

"Ik zei toch laat maar..."

"Dus je klaagt over anderen, maar je doet 't zelf ook!"

"Ja, ja. Laat nou maar."

"Dit ga ik echt tegen Annelies vertellen als ze straks thuis komt! Die komt niet meer bij!"

"Doe maar niet. Ze mag me toch al niet zo."

"God, wat ben je toch een sukkel."

"Ja, nou weet ik het wel! Wat vind je eigenlijk van Springtime?"

"Ik geloof dat ik het wel oké vindt. Jij?"

"Wat ik heb gehoord, is goed."

"Heb je nog niet alles gehoord?"

"Geen tijd gehad."

"Maar je hebt wel tijd om op Facebook te tellen hoeveel mensen een foto van Springtime plaatsen. Goed bezig, vrind."

"Ik denk dat ik zo maar ga ophangen."

"Zodat je kunt luisteren of omdat je nog een foto moet plaatsen?"

"Niet grappig."

"Nou, ik vind 't dolkomisch!"

tuut tuut tuut

"Ben je er nog?"

tuut tuut tuut

"Knuppel."